donderdag, september 06, 2007

Lekker weg in eigen land

Lang verwacht, toch gekomen. Bij deze het verslag van onze eerste zomervakantie met een caravan met franse kentekenplaten...

Vrijdag 20 juli rijden we door de Mont-Blanc tunnel via Italië naar Menton in Zuid-Frankrijk. In deze Zuid-Franse kustplaats aangekomen rijden we met de caravan de 800m steile wand, achteruitstekend door haardspeldbochten, naar onze camping op plateau St Michèl.

Eva en Benoit komen direct langs met hun dochter en zoontje en een fles heerlijke Champagne. Een erg goed begin van de vakantie.

Zaterdagochtend telt AM 189 treden op de trap die van onze camping naar het lagergelegen dorpje leidt. Helaas moet je al die 189 treden ook weer omhoog met 2 zware boodschappentassen…

Eind van de dag rijden we naar Èze, waar Eva en Benoit werkelijk prachtig wonen (wat een uitzicht!). Onder leiding van de culinair getalenteerde broer van Benoit maken de mannen een heus ‘feu au bois’ waarop – na enkele niet te versmaden kipfilets voor de kids – de 4 kilo steak de boeuf wordt gegrild.

Zondags is een stranddag. ’s Ochtends naar het strand van Menton, ’s middags naar het strand van Monaco.

Maandag de 23e nemen we de boot naar Corsica. Het blijkt een ongelooflijk grote boot te zijn (als hij tussen Harlingen en Vlieland zou liggen, hoefde hij niet eens te varen;) De boot beschikt zelfs over een zwembad, dus de 6 uur durende tocht is zo voorbij.

We komen aan in Ajaccio en van daar af is het nog anderhalf uur rijden voor we ons in het donker installeren op camping Colomba te Propriano.

Nadat Koen de volgende morgen per fiets (ja, de nieuwe oude racefiets van Carel ging mee) heeft verkend, draaien we de caravan 180 graden. De zon blijkt toch ergens anders op te komen dan we de avond er voor hadden gegokt.


Camping Colomba heeft een heel mooi zwembad, waar ze erg lekkere cocktails serveren. Hier houden we het wel even uit.

Woensdag ontbijten we in Propriano, beetje “flaneren” over de boulevard, kippetje van het spit kopen en vervolgens uitgebreid lunchen onder de luifel van de caravan. Het Franse leven bevalt ons nog immer goed.

Donderdag 26 juli: Rasmussen uit de Tour de France gezet! Al een week lang koop ik dagelijks l’Equipe om deze sympathieke Rabo-renner naar de overwinning te lezen en nou zetten ze hem uit de tour! Gisteren heb ik zelfs nog samen met Sophie de laatste kilometers bekeken van zijn glorieuze overwinning op die bekende berg waarvan de naam me helaas even is ontschoten. Ja, leg dan de volgende dag maar eens uit dat ‘die gele’ niet meer mee mag doen omdat hij vals heeft gespeeld.

Vrijdagmorgen, we zijn al weer een week onderweg, rijden we naar Sartène. Prachtig plaatsje, heel pittoresk en daarin net zo toeristisch als Yvoire of Riqwir.
We lunchen er werkelijk idyllisch en proberen als aperitief een Cap Corse; de rode variant heeft wat Port-achtigs, de witte is ook zoet maar minder lekker.


’s Middags rijden we naar het strand van Portogliolo. Eindelijk beginnen we te begrijpen waarom Corsica ‘Île de Beauté’ wordt genoemd.

De volgende morgen ontbijten we wederom in Propriano en relaxen we de rest van de dag bij het zwembad op de camping.

Zondag de 29e pakken we de spullen in en reizen we van west naar oost, richting Porto Vecchio en een nieuwe camping. De weg er naar toe is ‘long and wining’ maar onze volharding wordt beloond. We vinden uiteindelijk een camping dicht bij een baai met een hagelwit strandje en een azuurblauwe zee.

De ochtend van de 30e ontbijten we op het strand en genieten we van de vroege uurtjes in de zon. ’s Middags rijden we naar Bonifacio, dat beroemd is om zijn ligging op krijtrotsen tot wel 60 meter hoog.

We bezoeken de ‘hoogstad’ en dineren Corsicaans, inclusief de (eerlijk is eerlijk, wat tegenvallende) charcuterie.

Voor het eerst deze vakantie is het de volgende ochtend niet strak blauw, maar bewolkt. We besluiten opnieuw naar Bonifacio te gaan en daar aangekomen is het toch al weer mooi weer en maken we een boottochtje. Het uitzicht op het stadje is vanaf het water fenomenaal. De woeste zee maakt het tochtje een heuse kermisattractie voor Eva en Sophie. Anne Marie heeft duidelijk minder goede zeebenen.

Die avond luisteren we met een slapende Sophie op schoot bij het zwembad naar 2 Corsicaanse zangers/gitaristen.

Woensdag is een rustdagje dat begint met een ‘petit-dejeuner’ op het strand en na een eenvoudige lunch geniet de hele familie van een uitgebreide siësta. De hele familie? Nee, Anne Marie ging ‘even’ naar Porto Vecchio om wat geld te pinnen bij de Credit Agricole. Om een of andere reden lukte dat niet meer bij andere banken, dus dat moest ‘even’ worden uitgezocht. Maar ja, omdat we op vakantie zijn in eigen land en dat eigen land sinds een jaar Frankrijk heet, duren dit soort dingen natuurlijk nooit ‘even’… Ach, ’s avonds een overheerlijke hamburger à la Van Joolen en alle frustraties zijn weer vergeten!

Vanaf onze camping vertrekken we de volgende ochtend voor een trip naar de Col de Bavella, door de beroemde Corsicaanse naaldboombossen. Op de top lekker geluncht en vervolgens aan de andere kant van de col weer naar beneden gereden. Erg mooi uitstapje, natuurschoontechnisch bekeken.

Vrijdagochtend pak ik de fiets voor een kleine Tour de Corsica en daar blijkt de plaatselijke Col de la Faucille niets bij. (Hoewel ik daar een week later in Ornex weer heel anders over denk bij het beklimmen van deze ‘puist’;)
Na het fietsen eten we panne(n)koeken om de verloren gegane calorieën een beetje te compenseren. Tijdens deze feestmaaltijd rent Sophie huilend van tafel, als was ze door een wesp gestoken. En dat bleek ook zo te zijn. Dus dankzij dit leermoment weet Sophie hoe zo’n wespensteek voelt en weten wij dat ze er niet allergisch voor is.

’s Middags naar Santa Giuglia gereden; een erg mooi, maar erg druk strandje waar we tijdens zonsondergang pastasalade uit het vuistje eten.

De volgende ochtend brengen we een bezoekje aan Porto Vecchio, waar de kinderen voor het eerst deze vakantie niet leuk zijn. “Ik wil niet” zijn de drie meest gehoorde woorden van de dag. Op de voet gevolgd door “Ik heb pijn aan mijn arm” van Eva, maar dat zijn er zes, dus dat kunnen nooit de drie meest gehoorde zijn;) Eva was gevallen en klaagde over pijn aan haar arm. Omdat de plaatselijke huisarts dicht was, heeft papa er zelf maar even naar gekeken. Toen hij dreigde dat het of stoppen met huilen was, of foto’s maken in het ziekenhuis, ging het meteen een stuk beter. (Twee weken later in het ziekenhuis van Meyrin bleek de arm wel degelijk te zijn gebroken, maar gelukkig was het herstel al zo ver gevorderd dat verdere behandeling niet meer nodig was.)

De ochtend van de laatste hele dag op de camping gaan we naar het strand (het blijft een strandvakantie), lunchen we bij de caravan (campinggemaakte ham/kaasomelet) en houden we een lange siësta. Daarna gaan we naar… het strand.
’s Avonds voor het slapen gaan nog een potje Kraken dat Koen traditiegetrouw na grote achterstand toch nipt wint.

Vandaag, maandag 6 augustus, gaan we met de nachtboot weer terug naar het vaste land. Maar eerst nog even lekker de hele dag in de zon liggen/spelen. Beetje ontbijten, beetje vliegeren, beetje kastelen bouwen, beetje varen, beetje lunchen… echt zo’n relaxte vertrekdag maakten wij niet eerder mee.

Na een tochtje van uurtje of drie door het mooie Corsicaanse landschap arriveren we om half acht in de haven van Bastia. Daar gaan we net als op de heenreis als allerlaatste het schip in. Deze boot is iets kleiner dan die van twee weken geleden, maar we hebben wel een heuse hut mét stapelbedden. Ondanks protesten van een overbezorgde papa klimmen Sophie en Eva na het eten in de bovenste bedden.

Om kwart over twee ’s nachts valt Sophie uit haar stapelbed en treedt daarmee in de voetsporen van haar vader. Gelukkig valt de schade mee en Sophie meteen weer in slaap. (We hadden uit voorzorg het tafeltje al tussen de bedden vandaan gehaald.)


Vier uur later gaat de wekker en zien we door de patrijspoorten (die gewoon rechthoekig zijn) de haven van het Italiaanse Savona al liggen.
Om tien over zeven rijden we van boort en zes uur later komen we thuis aan, waar Mia en Jack ons ontvangen met champagne (nog bedankt, Elise!) en heerlijke hapjes.

Ter afsluiting eten we ’s avonds bij onze Pakistaan, waar we de caravan ook komend jaar weer mogen stallen.

Het was een mooie vakantie!

Geen opmerkingen: